Beste vrienden,
We logeren in Glass
House Mountains Ecolodge. We blijken daar een leuke bungalow gehuurd
te hebben omringd door prachtige tropische tuinen vol met lollige
kunstwerken. Vanaf zonsopgang konden we de vogels in de tuin horen
zingen: er zijn er die klinken als een nachtegaal met dubbele
stembanden, anderen weer doen de panfluit van Papageno na, en de
cookaburra’s hebben een hysterisch lachje over zich.
De Glass House
Mountains is wederom een benaming afkomstig van Captain Cook. Toen
hij hier was in 1770, vond hij die bulten in het landschap erg lijken
op de Engelse glass houses. En dan hebben we het niet over kassen,
maar over glasfabrieken met kegelvormige schoorsteen.
De Glass House Mountains
zijn overblijfselen van vulcanische activiteit miljoenen jaren
geleden.De aardschol waar
Australië op ligt, dreef heel langzaam richting de evenaar, en werd
onderweg gepunctueerd door één enkele lavabron. Dat gaf op de
oostelijke kant van het continent gedurende een aantal miljoen jaren
een salvo aan vulkanen, een beetje alsof je tien keer wordt gebeten
door dezelfde mug. De lava die achterbleef in de magmakanalen, stolde
tot keihard gesteente. De rest eromheen is weggeërodeerd, en dat is
wat je momenteel ziet. Over nog weer miljoenen jaren zal het er weer
anders uitzien.

Vlakbij de lodge is
een uitzichtpunt waar je fraai uitzicht hebt over een aantal ‘Glass
Houses’. De Jinibari en Kabi Kabi volken hebben hier duizenden
jaren gewoond, en jullie raden het al, de Glass Moutains zijn heilig
voor ze. De meeste toeristen stappen uit de auto, knippen een foto en
vertrekken weer. Maar een iets donkere mevrouw zien we langdurig op
een bankje zitten. Na uitwisseling van wat small talk blijkt dat ze
een echte Kabi Kabi is. Ze vertelt dat haar moeder indertijd
‘geaustraliseerd’ is, ofwel Westers geindoctrineerd. Iets
waarvoor de Australische regering zich heeft geëxcuseerd. En bijna
alle mooie plekjes in Australië zijn teruggeven aan de stammen. Maar
iedereen mag er komen en genieten van het uitzicht.
We hebben o.a. Mount
Coonowrin (377 m), Mount Tibrogargan (364 m), Mount Beerburrum (278
m), Mount Ngungun (253 m), Mount Coochin (235 m) en Mount
Tibberowuccum (220 m). De Ngungun is
eenvoudig te beklimmen, het kost een uurtje puffen, zweten en
klauteren, maar het uitzicht bovenop is heerlijk.Onderweg komen we
weer heel speciale dingen tegen, zoals de ‘scribbly gum tree’,
ofwel de krabbelgom. Het lijkt of onze schepper overal zijn
handtekening op deze bomen heeft gezet, maar werkelijkheid gebruikt
hij daar insectenlarven voor, die tunnels maken in de bast. Er zijn
ook toeristen die hierin aansporing vinden om de boom ook maar te
signeren, maar daar kan die gum tree slecht tegen. Vrijwilligers
hangen bordjes op met “don’t destroy what you enjoy”. In het
Visitor’s Centre vinden we een scribbly shirt, vol met
handtekeningen van vrijwilligers. Leuk detail: het shirt is van het
merk ‘Hemp’.
We wandelen nog een
stukje door het tropische woud, maar we mogen niet overal in: deze
week wordt een stuk in brand gestoken om van het dode droge gras af
te komen.
Wel zien we bloemen als candle light, ze lijken inderdaad
op waskaarsen, en even verderop zien we rode bottle brushes, om je
flessen te schrobben. Wat een prachtig gebied! Maar onze tijd in
Australië raakt zo langzamerhand op, en we trekken dus morgen
verder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten